Berichten

Denk mee met het Stimuleringsfonds

Deadline alert NORMA fonds

Illustreer je fondsaanvraag

Stop! (In the name of love)
Sta je op het punt je subsidieaanvraag te versturen? Ho! Stop! Controleer eerst even of je niet vergeten bent beeldmateriaal (of film- of geluidsfragmenten) toe te voegen. Je zal niet de eerste zijn die probeert een hele lading tekst in een maximum aantal pagina’s te stoppen. (Is lettergrootte 9 eigenlijk nog leesbaar?) Je hebt natuurlijk ook heel veel uit te leggen over je drijfveren, artistieke inhoud, marketing en planning. Maar een goede subsidieaanvraag weet, naast het helder voor het voetlicht brengen van alle vereisten, ook vooral de fantasie van de lezer te prikkelen.

Een foto zegt meer dan duizend woorden
Het is daarom aan te bevelen om toch ergens een alinea ruimte te maken om een aantal foto’s in te voegen. Dat kunnen beelden zijn van eerder werk, van je deelnemers, schetsen van het werk, of inspiratiebronnen. Help de lezer voor te stellen wat jij in je hoofd voor je ziet.

Ja maar, ik schrijf een aanvraag voor een tekst of muziek?
Het gaat erom dat je je werk inzichtelijk maakt voor de lezer, dat je het laat leven. Stuur bijvoorbeeld een pagina van een eerdere tekst die je geschreven hebt mee. Of maak een spotify/youtube/itunes-lijstje met artiesten die je graag wilt programmeren op je festival.

Ja maar, mijn werk staat al op mijn site
Dat is supergoed! Maar niet genoeg voor je aanvraag. Natuurlijk zal je site ergens in je aanvraagformulier terugkomen, maar als je er niet concreet naar verwijst zal lang niet iedere lezer de site uit zichzelf doorspitten. Het is namelijk de opdracht van de adviseur om het plan dat voor zijn of haar neus ligt te beoordelen, niet alles wat verder nog over jou te googelen is. (En dat is misschien maar beter ook.) Daarnaast wil je zelf enige controle houden over wat hij of zij ziet aan materiaal. Dat ene project vijf jaar geleden was dan wel heel goed voor je artistieke ontwikkeling, maar die trailer staat wellicht heel ver af van wat je nu voor ogen hebt.

Ik heb echt geen plek meer
Ha! Lang leve de pdf. Hier kan je hele fijne klikbare linkjes in plaatsen die verwijzen naar YouTube filmpjes of een fotocollage op je site. Zorg ervoor dat de adviseur zich gemakkelijk kan verdiepen in jouw werk of wereld.

Be kind, rewind
Maar, wees vriendelijk. Maak geen ellelange speellijsten of een enorme bijlagenpagina op je website. Er zit niet voor niets vaak een maximum aantal pagina’s aan je aanvraag. Wees to the point en voeg alleen dat toe dat voor deze specifieke aanvraag van belang is.

Nadenken over het bestuur van je culturele stichting

Je ideeën uit handen geven aan een bestuur?

Het voelt een beetje gek, maar voor een groot deel van de culturele organisaties werkt het zo: De persoon/de kunstenaar achter de ideeën, vaak ook degene met de naam op de deur, zit niet in het eigen bestuur van de stichting en heeft daarmee ook niet volledig zeggenschap over de kant die de organisatie op gaat. Waarom dat zo is, en hoe een bestuur werkt, lees je hieronder.

Subsidie kunnen aanvragen

Een goed cultureel idee begint vaak bij een kunstenaar, die heeft een droom, of een goed idee. Maar wil je als kunstenaar subsidie aanvragen voor de project(en) die voortkomen uit dat idee, dan kan je dat vaak niet zomaar doen. Bij veel aanvragen is het hebben van een stichting verplicht. Bij een stichting hoort een bestuur. En dit bestuur heeft ook echt wat te zeggen over de projecten die de stichting opzet en uitvoert.

Waarom heeft een stichting een bestuur?

Een stichting heeft een specifiek doel, dat vastgelegd is in statuten. Deze statuten worden ondertekend door de leden van het bestuur van de stichting. Het bestuur houdt in de gaten of het doel van de stichting op de juiste wijze wordt nagestreefd. Dat bestuur controleert over het algemeen onbezoldigd (= onbetaald) of de projecten die de stichting doet wel passen bij de doelstellingen. Ook houden ze in de gaten dat er goed met het geld omgegaan wordt. Omdat de bestuursleden dit onbetaald doen, hebben ze een verminderd persoonlijk belang bij het al dan niet doorgaan van bepaalde projecten. Ze kunnen zo objectiever oordelen.

Wie zit er in een bestuur?

Het bestuur bestaat in ieder geval uit een voorzitter (hij of zij leidt vergaderingen en het bestuur zelf), een penningmeester (hij of zij beheert het geld) en een secretaris (hij of zij maakt verslagen van vergaderingen). Eventueel kan je het bestuur nog aanvullen met een algemeen bestuurslid of vice-voorzitter. Kijk voor de samenstelling van je bestuur goed naar de doelen van je stichting. Het is fijn als bestuursleden bepaalde expertise in huis hebben om je te helpen met het behalen van de doelstellingen.

Wie zit er niet in het bestuur?

Jijzelf. Tenminste niet als je betaald wilt worden voor de activiteiten die je doet voor de stichting. Het is aan het bestuur te controleren dat het geld correct uitgegeven wordt, dus mogen bestuursleden niet ook werkzaam zijn voor de stichting. Jij kan wel directeur zijn van de stichting, of als freelance kunstenaar voor de stichting werken. En het bestuur kan je ook tekenbevoegd maken, zodat je zelf betalingen kunt doen.

Wat doet het bestuur?

Het bestuur komt vier keer per jaar bij elkaar, met de directeur(en)/leiders/kunstenaars/uitvoerders van de stichting. In deze vergaderingen worden de activiteiten besproken. Ook controleert het bestuur het jaarverslag en de jaarrekening. Een bestuur kan meer en minder actief zijn, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid projecten die je doet en de aard van het bestuur zelf. Als je een Culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) bent zijn er meer verplichtingen aan de wijze van besturen. Zie ook de Cultural Governance Code.

Waar rekening mee houden?

Een goed bestuur kan je stichting verder helpen. Een fijn bestuur geeft je inhoudelijk of zakelijk advies, heeft handige connecties of de bestuursleden zijn enthousiaste ambassadeurs van de stichting en de projecten. Echter is het ook aan het bestuur om bij problemen in te grijpen. In extreme gevallen kan een bestuur besluiten dat ze zonder jou door willen. (Wees gerust, dat gebeurt bijna nooit.) Maar denk dus van te voren goed na of je een stichting wilt oprichten en wie er dan in dat bestuur moet zitten. Bezint, eer ge begint!

Lees hier meer over het oprichten van een stichting | en het opstellen van een missie en visie.

Bellen of niet? Twijfels bij en tips voor het versturen van een persbericht.

Misschien toch niet zo’n goede tip voor je persbericht

Het internet staat er vol mee. Tips voor het schrijven van een goed persbericht. Onder aan het lijstje staat ook vaak ‘vergeet niet na te bellen!’ Ofwel, leg persoonlijk contact met de journalist. Het is les 1 Public Relations, maar ja. Bellen met vreemden staat meestal niet bovenaan je lijstje met ‘dingen die je leuk vindt aan je werk.’ Is dat bij jou ook zo? Dan heb ik goed nieuws. Doe namelijk maar niet, dat nabellen.

IJskoude contacten

In ieder geval niet bij wat we ‘koude contacten’ noemen en zeker niet zonder een concrete vraag of een echt fantastisch-niet-te-missen aanbod. Zomaar bellen, met enkel als doel ‘op de radar te komen’ heeft vaak niet zoveel nut. Of, afgaand op verschillende blogs van journalisten, is het zelfs hoogst irritant. Iedereen is druk, mails met persberichten komen echt wel aan en niemand wil telefonisch direct moeten verantwoorden of hij (of zij) jouw persbericht wel ontvangen heeft en, zo ja wanneer er iets gedaan mee wordt. Of, waarom niet?! In het slechtste geval zet iemand je in zijn telefoon onder ‘niet opnemen’ (true story.) Wil een journalist iets met jouw bericht doen, dan weet hij wat te doen.

Warme contacten

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Heeft jouw vaste recensent nog geen perskaart aangevraagd voor je nieuwe première, dan kan je heus bellen met de vraag of hij wil komen of dat dit keer een andere dag misschien beter schikt. Maar die recensent is, wat we noemen, een warm contact. Iemand die je kent. Iemand die over het algemeen blij is iets van jou te horen, zakelijk of anderszins, en graag iets doet met wat jij vraagt.

Concrete reden

Heb je een concrete vraag (anders dan ‘ga je nog eens iets doen met mijn bericht, hallo’), dan zijn mensen vaak ook niet te beroerd je te helpen. En weet je echt zeker dat de persoon op jouw belletje zit te wachten (en wees daarbij echt kritisch op de nieuwswaarde van je bericht) dan kan een keertje de telefoon oppakken zeker de moeite waard zijn. Maar ook dan loont eerst mailen vaak. Want nogmaals, die mails worden gelezen. (Of met een reden genegeerd.) Geef in je mailtje aan dat je graag nog een keertje belt, als dat schikt. En als je dan belt, dan weet de persoon aan de andere kant ook direct waar het over gaat. Dat praat toch makkelijker.

En wat doe je dan met die tijd die je over hebt? Tips!

Nu je niet meer eindeloos uit hoeft te stellen dat je nog een lijst af moet bellen en niet uren voice-mails aan het inspreken bent heb je tijd voor effectievere zaken. Zoals:

  1. Een persbericht op maat maken. Een lokale krant schrijft over andere dingen dan een landelijk tijdschrift. Vind verschillende actuele invalshoeken op jouw nieuws en pas je persbericht aan op elk medium. Dat vergroot je kansen dat je geplaatst wordt.
  2. Aan je timing werken. Een tijdschrift heeft een persbericht een maand of 3 voor jouw première nodig terwijl een dagblad na 3 maanden vergeten is dat jouw tentoonstelling dit weekend geopend wordt. Kies een aantal goede momenten waarop je je bericht én je herinnering verstuurt.
  3. Een goede perslijst opbouwen. En houdt bij wie wanneer iets plaatst of wie minder gediend is van jouw berichten. Dat helpt je de volgende keer. Hier zijn ook (online) systemen voor als AdresData van EM-Cultuur en Faselis van de MediaInfoGroep. (Met een noot van de redactie: dit is geen gesponsord bericht.)

Bekijk hier een sjabloon voor een persbericht of lees hier meer over cultuurmarketing.